MISE-EN-SCÈNE
De
“verstilling” waar ik in de inleiding over sprak neemt ook
een duidelijk plaats in wat betreft de mise-en-scène. Ten
eerste kan geconstateerd worden hoe ontzettend “stil” het
is in de
ruimte (Bordwell
en Thompson, 2004, p. 208) rondom de twee hoofdpersonages.
In de gehele openingssequentie komt er nauwelijks een ander
mens in beeld. De enkele personen in de achtergrond tijdens
de stop bij het tankstation of de spelende kinderen in de
branding van de zee zijn onscherpe schimmen die versmelten
met het decor. Alleen aan het einde van de
openingssequentie krijgen een jonge man en vrouw, aan wie
Marie vraagt of zij Jean hebben gezien, een kleine rol
toegekend. Het gaat hierbij echter niet zozeer om hun
aanwezigheid als mens, maar eerder om de manier waarop zij
aanwezig zijn. Hun naakte lichamen kunnen gezien worden als
een “letterlijke
verbeelding van Marie’s seksuele
fantasieën”
(www.filmkrant.nl).
Het beeld is zo
gecompositioneerd (Bordwell
en Thompson, 2004, p. 212) dat Jean en Marie het al dan
niet letterlijke middelpunt vormen, versterkt met een
diepteconstructie door lichte
aerial perspective (Bordwell
en Thompson, 2004, p. 214), hoewel het beeld eerder
shallow (Bordwell
en Thompson, 2004, p. 215) is dan
deep (Bordwell
en Thompson, 2004, p. 215). Bovendien worden ruimtes
geïmpliceerd die een zekere verlatenheid met zich
meebrengen. De melancholische sfeer van een geestdodende
snelweg. Een vrijstaande chalet -- veel te groot voor maar
twee mensen -- met dichte ramen en omringd door een
ondoorzichtig bos die Jean later, zonder pad of weg te
kunnen volgen, doorkruist. De uitgestrekte zandvlakte van
het strand en het eindeloos deinende oppervlak van de zee.
Het op deze manier isoleren van de hoofdpersonen heeft iets
beklemmends, Jean en Marie zijn volledig op elkaar
aangewezen en des te groter is de schok voor Marie wanneer
zij beseft plots helemaal alleen te zijn. Ze is daarmee
niet slechts alleen in de ruimte, een alleenzijn van
tijdelijke aard, het is alsof zij alleen op de wereld is en
terechtkomt in een bodemloze put van diepe, verstikkende
eenzaamheid.
Tussen
Marie en Jean lijkt er een bepaalde
rolverdeling (Bordwell
en Thompson, 2004, p. 198-205) geconstrueerd. Marie werpt
haar man meerdere malen als een verliefd pubermeisje
ondeugende blikken toe met een vertederde glimlach. Ze
lijkt voldaan, neuriënd tijdens het koken, nooit een frons
op het gezicht, de sfeer luchtig houdend door het voorstel
een gezellig vuurtje te maken of met een vrolijke proest te
beamen dat de wijn inderdaad niet erg lekker smaakt. De
indruk wordt gewekt dat ze nog erg gelukkig is met Jean en
met volle teugen geniet van hun vakantie samen. Jean
daarentegen glimlacht zelden. Hij gaapt, hij zucht en kijkt
bedenkelijk. Het oogcontact met Marie is eigenlijk nooit op
zijn initiatief en ook de sporadische kus komt niet van
zijn kant. Toch wordt met deze rolverdeling niet meteen de
clue weggegeven. De passiviteit van Jean, wat achteraf
gezien zijn ongelukkigheid zou kunnen impliceren, geeft hem
iets mysterieus, waardoor eerder een aantrekkelijk makende
uitwerking dan een zwaarmoedige uitwerking tot stand wordt
gebracht, en wanneer hij op het strand Marie met beleid
masseert, zo geconcentreerd dat het achteraf gezien als een
afscheid zou kunnen worden beschouwd, wordt de kijker juist
weer aangesproken op een bepaalde genegenheid voor hem.
De personages op zich als fysiek object zijn beiden nog
good-looking voor hun leeftijd. Goed verzorgd zonder
poespas, nette haren, mooie kleren en zelfs lippenstift
voor Marie, maar wel al tegen de vijftig wat een
tegelijkertijd
indexicaal en
symbolisch teken (Jostein
Gripsrud, 2002, p. 99-127) zou kunnen zijn voor de kans op
een mid-life crisis. Een
conventie (Bordwell
en Thompson 2004, p. 52-53) die de kijker al bij het eerste
aanblik van hun gezichten een voorgevoel van mogelijk
dreigend onheil geeft. Is dit voorgevoel bij het eerste
aanblik nog niet gemanifesteerd dan zeker wel bij het
28ste
shot,
wanneer Marie gelaten in de spiegel naar haar reflectie
kijkt. Trefzeker betasten haar vingers de eerste tekenen
van rimpels in haar gezicht (die de kijker trouwens
nauwelijks ziet,) en in een poging de wetten der natuur
tegen te gaan grijpt ze naar een gezichtscrème om
vervolgens verzorgd en met mooi geborsteld haar naast haar
man in bed te kruipen. Van een romantische reactie is er
echter in geenszins sprake. Passief blijft Jean op zijn zij
en draait alleen voor een enkel moment zijn hoofd om voor
een weinig innige kus, waardoor in het kader van de
semiotiek een basis voor de machteloze vraag of Jean Marie
dan omwille van haar minder jonge schoonheid misschien niet
meer zou waarderen zich een weg baant tussen beiden.
Het
kleurschema (Bordwell
en Thompson, 2004, p. 210) en de
belichting (Bordwell
en Thompson, 2004, p. 191-198) beperken zich enerzijds tot
sobere, donkere groene, grijze en bruine tinten met koel,
overwegend
frontaal (Bordwell
en Thompson, 2004, p. 192) daglicht in het begin van de
openingssequentie, en anderzijds een flets, stoffig,
enigszins kleurloos en
hard belicht (Bordwell
en Thompson, 2004, p. 191-192)beeld op het strand. Er is
weinig
contrast (Bordwell
en Thompson 2004, p. 229-231), hoewel hier en daar wel
gespeeld wordt met de
exposure (Bordwell
en Thompson 2004, p. 232) -- waarover meer onder het kopje
“Cinematografie” -- en slechts af en toe is er sprake van
een warme lichtbundel die, meestal Marie, van een kant
als
sidelight (Bordwell
en Thompson, 2004, p. 192) beschijnt en haar gezicht
een
highlight (Bordwell
en Thompson, 2004, p. 191) geeft. harde gouden zonnestraal
van een geïmpliceerde laagstaande zon zoals in de
auto-shots (shot 2 en 3) te zien is -- in het ene shot
links, in het andere shot rechts op haar gezicht -- of
het
zachte, diffuse key light (Bordwell
en Thompson, 2004, p. 191-194) dat uit het huisje schijnt
terwijl het stel op de door de nacht al in het donker
gehulde patio dineren en die de gezichtscontouren van de
personages als in een sepiagekleurde portretfoto en met
behulp van
fill light (Bordwell
en Thompson, 2004, p. 193) verzacht. Marie vangt bij dit
laatste het meeste licht dat haar met een diffuse gloed van
de key light schuin van boven beschijnt en haar gelaat
dankzij een milde
drie-punts belichting (Bordwell
en Thompson, 2004, p. 194-195) diepte geeft. Ook in de
badkamer wordt Marie warm beschenen door het goudgele
lampje recht boven haar. Niet als
top light (Bordwell
en Thompson, 2004, p. 193) zoals misschien verwacht, maar
vol op haar gezicht en opgevuld door een zacht licht van
rechts waardoor haar contouren slechts milde schaduwen
werpen. Pas op het strand is er sprake van meer schaduw
door het harde zonlicht. Benoemingswaardig is daarbij de
belichting vanuit de grootste bron (de geïmpliceerde zon),
die in de loop van de shots verandert van hoogstaand en wit
-- waarbij het bijna recht van boven, maar zonder vanuit
een eenduidig punt te komen fel op de hoofden van de
personages schijnt en korte, maar tamelijk scherpe
schaduwen doet ontstaan -- naar ondergaand, waarbij de zon
letterlijk lager en dichterbij lijkt te staan door een veel
sterkere, mede door het nu ook reflecterende water,
frontale en goudkleurige lichtval. Jean lijkt trouwens
steeds buiten de sterke lichtstralen te vallen en heeft
zelfs in het harde zonlicht op het strand een lichte
schaduw op zijn gezicht door onopvallende
back lighting (Bordwell
en Thompson, 2004, p. 192). Een verborgen teken voor zijn
duistere verdwijning? Terwijl Marie juist door de
belichting die op haar gefocused is vaak een zonnebril moet
dragen (shot 2, 42 en 44 tot en met 47), zichzelf daarmee
letterlijk van oogkleppen voorziet en het zicht op de
werkelijkheid, of de tekens die Jeans verdwijning hadden
kunnen voorspellen, ontneemt.
Een kleur die wel in het oog springt, in tegenstelling tot de weinig spannende tinten zoals hiervoor vermeld, is de kleur rood. Hoewel slechts op enkele momenten binnen de film steken bepaalde rode elementen -- de rode titels in het eerste shot, de rode tafel in het benzinestation, Marie’s rode strandjurkje en Jeans rode badhanddoek -- toch opvallend fel af tegen de verder minder kleurrijke beelden. Aangezien deze kleur dan ook bekend staat als een teken van enerzijds de liefde en anderzijds opstand, gevaar en bloed (http://nl.wikipedia.org.wiki.kleur) is het parallellisme met de tegenstrijdige situatie waarin het stel zich bevindt snel gemaakt. Enerzijds lijkt het huwelijk nog teder, liefdevol en ondernemend, anderzijds is er de onderliggende dreiging van Jeans verdwijning, dood of vlucht.












