GELUID

Steeds opnieuw gebruik ik de term “verstilling” in deze analyse, maar verstilling is eigenlijk een tegenstrijdige benoeming wanneer gekeken wordt naar haar letterlijke betekenis met betrekking tot het geluid in de openingssequentie van Sous le Sable. Het is namelijk juist door de extreme hoorbaarheid, de sterke amplitude (Bordwell en Thompson, 2004, p. 350) van bepaalde geluiden dat er bij de kijker een gevoel van verstilling ontstaat. Het achtergrondgeluid van zingende vogeltjes of de ruisende zee klinkt dan wel ver weg, de geluiden die meestal opgaan in het omgevingsgeluid, zoals adem, voetstappen, piepende deuren, een knisperend vuur, een hand die over een boomstam glijdt en zelfs het getrippel van mierenpootjes, zijn onwaarschijnlijk scherp hoorbaar waardoor het oor van de kijker zich automatisch spitst. In de realiteit zouden deze geluiden immers slechts door selectief luisteren gehoord worden, en daarmee wordt de filmische conventie van het ondergeschikt maken van bepaalde geluiden aan het geluid die direct in dienst staat van het narratief doorbroken.

Het mag duidelijk zijn dat er zeer voorzichtig en nauwkeurig met het geluid is omgesprongen bij het maken van deze film. De stemmen van Jean en Marie hebben een eigen
pitch (Bordwell en Thompson, 2004, p. 351). Jeans stem is diep, rasperig en mannelijk, Marie’s stem is zangerig en vrouwelijk. Dit benadrukt het contrast tussen hun sekse wat zou kunnen verwijzen naar een zeker onbegrip binnen hun samenzijn. Onopvallend wordt de wereld van de liefde en al haar complicaties en gevolgen aangesneden, wat ten grondslag ligt aan de thematiek van Sous le Sable.

Het timbre (Bordwell en Thompson, 2004, p. 351) van alle geluiden is ongelooflijk helder en puur en daardoor zo intens dat het bijna pijn doet om ernaar te luisteren. Elk geluid doorbreekt de stilte genadeloos en benadrukt door dit contrast des te meer hoe stil het is tussen Jean en Marie. De geconcentreerde geluiden zijn ons ongewoon, werken vervreemdend, en bewegen de kijker op zijn of haar hoede te zijn. Bovendien, in het kader van de semiotiek, kan er hierdoor wederom een link gelegd worden met de dood. Wie kent niet de bewering dat als iemand het sterven al dan niet bewust nabij is, alles in het leven, waaronder ook geluiden, intenser en meer aanwezig lijken? Het intensiveren van de geluiden in Sous le Sable geeft een haast bovennatuurlijke luisterervaring die naar deze bewustwording verwijst.

Alle geluiden zijn daarbij dan ook uitermate realistisch en, hoewel in sommige shots off-screen (Bordwell en Thompson, 2004, p. 367), ten alle tijden (de muziek in het eerste shot uitgezonderd) diëgetisch (Bordwell en Thompson, 2004, p. 366-371). Dit maakt de gehele openingssequentie “levensecht” en spreekt de kijker daarmee zeer direct aan. Elke bron van het geluid krijgt een plaats. Zelfs het geluid van, bijvoorbeeld, spelende kinderen wordt niet veel later daadwerkelijk met beeld bevestigd. Denk ook aan het realisme van het grotere volume van de zee wanneer deze alleen in beeld is, tegenover het afnemen in volume waneer het een shot van Marie betreft waarbij het water dus enigszins verderaf ligt. In plaats van meegezogen te worden door de dramatiek van allerlei filmische conventies die ons gewoon zijn geworden maar soms in geen enkel opzicht overeenkomen met datgene wat we van de werkelijkheid kennen, wordt een alledaags, herkenbaar en rauw beeld gegeven van precies datgene wat zich afspeelt. “What you see is what you get” en, na hersteld te zijn van het gemis van sensatiebeluste dramatiserende elementen, ontstaat er met het onophoudelijke geruis van die alles verterende zee een pijnlijk besef dat de psyche die hier aangestipt wordt ook de psyche van jou of mij zou kunnen betreffen.